Ana Rottaa

Ana Rottaa

Wi heton thiusa aa Rottaa
wanda siu is dunkar endi rotta.
Ik weet niet waarom de Rotte zo heet,
in onze tijd, de naam stroomt uit het verleden
en of ze donker en troebel is zien wij niet.
Jullie zijn de bron van haar naam,
de Rotte die nu ondergronds gaat
voor ze uitmondt in de Maas.

Begrijp ik je goed, over de eeuwen heen,
kwamen we ooit allen niet van hier?
En of we familie zijn of niet, wie weet,
onze spraak zegt van wel, ver verwant.
Geboren aan de Rotte, uitzicht op de Maas,
thiusa hem is thorp onsaro, toen,
nu is deze nederzetting onze stad.
Wat bindt ons meer op deze plaats?

Jouw grootouders, mogelijk
mijn voorouders, kwamen uit het zuiden
op platte boten met hun vee en have

toen hun dorp werd overstroomd door vloed.
Later kwamen anderen, mogelijk
mijn voorouders, uit andere streken,
aver nu sprekunt sie ok unsin tongon,
met nieuwe woorden en eigen tongval.
Soms kwamen ze alleen voor de markt,
wanda hiera sint vila littila viska,
so also grondelinc endi padalinc.

Welke tijd we delen op deze plaats?
Ana then uoveron is thiu ertha vet.
Wi weithinon thin skap endi thie runthir.
We hebben leeftijd als water,
maar vergeet het licht niet
dat ons in thuisternussi laat kijken,
forchta quamon ouer mi.

Tijd stroomt in andere beddingen en vaarten
en ik zou mij zorgen maken om jou
als ik je ons Rotterdam zou laten zien,
afwezig alles wat je kent, stilte,
geruis van bomen, vee dat loeit, mekkert of kraait,
uitzicht over de Rotte en de drassige landen.

Hoe zou je de verkeersstromen overleven,
werktijden en verwachtingen, vakantie
om de tijd van zijn verloop te ontdoen,
vrijheid, de welvaart die ons laat vliegen
en het verschijnsel van nieuwe sterren?
Visc swam in themo uuatere,
vis zwom in deze wateren, ja, nog steeds,
onwetend van eb en vloed en de zee.
Thiu werilt is hiera vilo hardo, wir vorhton
that wi ie van unsin thorpe ave muotin gan.

Wie zal mij veren geven als duiven,
zodat ik weg zal vliegen, is je vraag
als oudste dichter in onze spraak.
De geest vleugels geven vraagt werk
en hebben we daar meer voor nodig
dan water, licht en wat woorden?
Zoals zwanen zich over het water
de lucht in trappen voor hun vlucht,
geestdrift vliegt rond over de Rotte.


Jan Dullemond, 24-30 mei 2020
Lees verder

Het Oudnederlands in dit gedicht is afkomstig uit de video Taal in Rotta. De reconstructie van deze taal is van dr. P.A Kerkhof, historisch-taalkundige aan de Universiteit Leiden.

Enkele citaten zijn afkomstig uit de Wachtendonckse Psalmen: “visc swam in themo uuatere” en “forchta quamon ouer mi”.

Homo Heros

Homo Heros

“veldonderzoek stuit op bestaan van nieuwe soort: homo heros”
                                               Species & Symbiosis,
                                   Special Edition, March 2020

De homo heros overleeft in symbiose.
Omgang met lijden en dood
is het onderscheidend vermogen
waarmee de homo heros
zijn habitat leefbaar maakt.
 
De habitat van de soort werkt zich uit
in de binnenwereld van witte korven
die afgeschermd zijn van de omgeving
waar de symbiont van hun symbiose leeft,
hun verblijf in de korven is tijdelijk.
 
In het labyrint van protocollen
dat de tijd door de witte korven stuurt
kan de heros zien sterven zonder verlies


van vitaliteit, initiatief en overzicht,
ze schermen hun symbionten af
als de dood hen in de ziel dreigt te slaan.
De heros functioneert ononderbroken
en als het laatste protocol stokt
weten zij door te werken op de tast.
 
Het metabolisme van de heros
wijkt af van verwante soorten:
gevoed met complimenten
produceren zij overuren.
 
Het is nog te vroeg voor uitspraken
over aard en gelijkwaardigheid
van de symbiotische co-existentie.
Nader veldonderzoek is gepland
naar de afhankelijkheidsrelatie
tussen beide symbionten.
 
In de evolutie van de heros
wordt afstoting van witte korven
door de primaire symbiont voorzien,
zodra het vitaal evenwicht zich
in hun omgeving herstelt.
 
25 maart – 1 april 2020



Taxonomie van de Homo Heros

Binnen de soort van de homo heros
wordt naar uiterlijk, naam en functie
een aantal subsoorten onderscheiden
die luisteren naar een strikte hiërarchie.

Elke subsoort draagt zijn eigen uniform,
zij kennen dan ook geen eigennaam
maar antwoorden op de aanroepvorm
van hun subsoort: dokter, zuster.

Wie niet aangeroepen hoeft te worden
heeft alleen de naam van zijn functie:
schoonmaker, laborant, technische dienst,
logistiek, administratie, hulp,

elk werkt zijn waarom uit de weg,
zij zijn de dagwerkers van de soort,
zij vormen de omgeving van hun levenswerk,
als subsoort ingezet en zo gewaardeerd.


25 maart – 20 april ‘20
Lees verder