Welkom

Leven is tijd, werk is een andere vorm van tijd. Ook poëzie is tijd, een tijd die op een andere manier uitwerkt dan leven en ons dagelijks werk. Maar hoe?

Hoe werkt plezier, hoe werkt schoonheid, hoe werkt spel? Vragen die al terugkomen in mijn gedichten sinds ik met schrijven begon.

In mijn blog Poëzie & Tijd probeer ik een beeld te geven van mijn pogingen en mislukkingen, en van het plezier en de schoonheid en het spel dat zich een weg zoekt in mijn gedichten.

Blog Poëzie & Tijd

Wie meer dan dertig jaar gedichten schrijft bouwt aan een labyrint van poëzie. Verbindingen tussen de gedichten worden zichtbaar. Thema’s, motieven, obsessies komen steeds weer terug. Het wordt duidelijk dat gedichten schrijven en lezen vooral tot ronddwalen leidt. Overslaan wat niet aanspreekt, terugkeren naar wat zich in het geheugen of de ervaring heeft genesteld. Vragen die opkomen en om een antwoord vragen. Antwoorden die er in poëzie zelden of nooit zijn. Het gaat vooral om plezier, schoonheid en onze dagelijkse ervaring

Deze website heeft de trekken van een Labyrint. Wie de kortste weg neemt naar de uitgang, laat een ruïne van gedichten achter. Wie de tijd neemt om rond te dwalen en af en toe terug te keren, zal het Labyrint uit zien groeien, ook in zichzelf, in zijn of haar ervaring van de gedichten. Zij of hij zal dan ook ontdekken dat het lezen van gedichten geen gang van begin naar eind is, maar een vorm van ronddwalen door het werk van de dichter.

Ana Rottaa

Ana Rottaa

Wi heton thiusa aa Rottaa
wanda siu is dunkar endi rotta.
Ik weet niet waarom de Rotte zo heet,
in onze tijd, de naam stroomt uit het verleden
en of ze donker en troebel is zien wij niet.
Jullie zijn de bron van haar naam,
de Rotte die nu ondergronds gaat
voor ze uitmondt in de Maas.

Begrijp ik je goed, over de eeuwen heen,
kwamen we ooit allen niet van hier?
En of we familie zijn of niet, wie weet,
onze spraak zegt van wel, ver verwant.
Geboren aan de Rotte, uitzicht op de Maas,
thiusa hem is thorp onsaro, toen,
nu is deze nederzetting onze stad.
Wat bindt ons meer op deze plaats?

Jouw grootouders, mogelijk
mijn voorouders, kwamen uit het zuiden
op platte boten met hun vee en have

toen hun dorp werd overstroomd door vloed.
Later kwamen anderen, mogelijk
mijn voorouders, uit andere streken,
aver nu sprekunt sie ok unsin tongon,
met nieuwe woorden en eigen tongval.
Soms kwamen ze alleen voor de markt,
wanda hiera sint vila littila viska,
so also grondelinc endi padalinc.

Welke tijd we delen op deze plaats?
Ana then uoveron is thiu ertha vet.
Wi weithinon thin skap endi thie runthir.
We hebben leeftijd als water,
maar vergeet het licht niet
dat ons in thuisternussi laat kijken,
forchta quamon ouer mi.

Tijd stroomt in andere beddingen en vaarten
en ik zou mij zorgen maken om jou
als ik je ons Rotterdam zou laten zien,
afwezig alles wat je kent, stilte,
geruis van bomen, vee dat loeit, mekkert of kraait,
uitzicht over de Rotte en de drassige landen.

Hoe zou je de verkeersstromen overleven,
werktijden en verwachtingen, vakantie
om de tijd van zijn verloop te ontdoen,
vrijheid, de welvaart die ons laat vliegen
en het verschijnsel van nieuwe sterren?
Visc swam in themo uuatere,
vis zwom in deze wateren, ja, nog steeds,
onwetend van eb en vloed en de zee.
Thiu werilt is hiera vilo hardo, wir vorhton
that wi ie van unsin thorpe ave muotin gan.

Wie zal mij veren geven als duiven,
zodat ik weg zal vliegen, is je vraag
als oudste dichter in onze spraak.
De geest vleugels geven vraagt werk
en hebben we daar meer voor nodig
dan water, licht en wat woorden?
Zoals zwanen zich over het water
de lucht in trappen voor hun vlucht,
geestdrift vliegt rond over de Rotte.


Jan Dullemond, 24-30 mei 2020
Lees verder

Het Oudnederlands in dit gedicht is afkomstig uit de video Taal in Rotta. De reconstructie van deze taal is van dr. P.A Kerkhof, historisch-taalkundige aan de Universiteit Leiden.

Enkele citaten zijn afkomstig uit de Wachtendonckse Psalmen: “visc swam in themo uuatere” en “forchta quamon ouer mi”.

Poëzie aan de Rotte

Hoe ken je dat nou uitleggen aan een niet-Rotterdammer? Leg jij daar niet wakker van dan?

Je haalt de Rotterdammer er zo uit, door zijn ABR, Algemeen Beschaafd Rotterdams.

Duizend jaar geleden klonk onze taal heel anders aan de Rotte. Maar met enige moeite is onze taal toch al te herkennen. Wat hebben we gemeen met deze proto-Rotterdammers? Is het de taal die ons bindt, of de plaats, aan de Rotte? Er is poëzie voor nodig om die vraag te kunnen bekijken.

GÓRECKI IN HET LABYRINT, deel I

Henryk Górecki, Symfonie van Treurige Liederen, op. 36, uit 1976.

Vanuit een diepe stilte, vanuit het niets bijna, wordt langzaam iets hoorbaar. Iets, meer is het nog niet, nauwelijks hoorbaar geluid. Nog geen muziek, eerder een golfslag die zich traag telkens opnieuw uitstort. Maar de krachten die zich hier afspelen worden groter, onweerstaanbaarder, onvermijdelijker door de herhaling die nu een melodie aan het worden is. Maar een melodie van een onmenselijke dimensie, alsof twee sterrenstelsels zich in elkaar ploegen met toenemende kracht. Dat vergt een tijd die de moderne aandacht van de mens bijna te boven gaat. Tijd die zich dwingend herhaalt, en doorgaat. Dit is muziek op kosmisch niveau, lijkt het.

Tijd verloopt kosmisch, in wetmatige herhaling, tot het heelal onverwacht tot rust lijkt te komen met een paar onverwachte piano-akkoorden die ruimte maken voor de menselijke stem, een sopraan voegt een hemelse dimensie toe aan het kosmisch geweld.

Ze zingt een volksliedje uit het begin van de vorige eeuw, over een Poolse opstand. Een moeder zingt “Waar is hij gebleven, mijn lieve, jonge zoon?”

Maar wat ze zingt ontdek ik pas later. Eerst hoor ik alleen een hemelse stem in een wereld die zijn hemels allang achter zich heeft gelaten. De melodie die ze zingt is eenvoudig, een doorlopende herhaling, als de muziek uit het begin, maar in een andere dimensie, met meer menselijke liefde dan de botte kosmische krachten uit het begin.

De overheersende indruk die deze symfonie maakte was de plaats en de rol menselijke stem in de kosmische muziek.

Corona crisis

Al vroeg in de Corona crisis werd een nieuwe tak van de homo habilis ontdekt waarvan het bestaan al langer werd vermoed. De meest opvallende eigenschap van deze soort is dat de individuen van de soort zich liefst aan het zicht onttrekt om ongestoord te functioneren.

Of deze soort stabiel is en in symbiose met de hoofdsoort zal overleven, is een vraag voor verder onderzoek. Mogelijk is het slechts een overgangsfase veroorzaakt door specifieke omstandigheden en past de soort zich in de nabije toekomst aan de hoofdsoort aan of is gedoemd in zijn habitat te overleven.



De taxonomie van de Homo Heros lijkt wel een permanent gegeven te zijn, al houden sommige onderzoekers stellig vol dat na de Corona crisis de rol van de witte korven grondig herzien moet worden.
Lees verder