Nieuwe aanbouw

Daidalos is vandaag uw gids

Ik heet u welkom in het Labyrint.
Wees vrij om rond te dwalen.

Onderga de verbeeldingskracht
van de fresco’s in alle gangen,

de trappenhuizen en de zalen.
Volg de rode draad die u ziet

en blijf gerust rondhangen
als u niet op eerste blik begrip vindt,

bekijk wat u ziet, en geniet:
het Labyrint groeit in uw aandacht.

 

Copernicus’ Onvoltooide

Zon, maan, sterren en planeten
draaiden goddelijk rond de aarde

waar de mens zijn verheven rol vond
tussen de dieren in het veld.

Hij vond de juiste plaats van waarde
en heeft de rollen omgedraaid.

Het vervolg heeft hij niet voorspeld
en wat ons rest is godvergeten.

De draaimolen op de kermis zwaait
plezier kinderlijk in het rond.

 

Over de Omwentelingen der Hemelse Sferen

De planeten staan hem gunstig gezind
als hij vertrekt uit Frombork

voor zijn studiereis naar Rome,
hij heet nog Mikołaj Kopernik.

De mens trilt als een stemvork
op de hemelse muziek der sferen,

heeft hij geleerd als jonge monnik,
lang voor hij het vermogen vindt

het universum om te keren,
behalve Frombork, en Rome.

Kariatide

Haar blonde hoofd draagt een wereldbeeld
waarin de liefde jou bijblijft:

de zee is Mediterraan
en geeft jouw fantasie de vrije loop.

Haar jurk plooit zich over haar lijf,
een belofte die nooit vermindert,

haar vestje is te koop
in mint of meloen, in kleur die nooit verveelt,

of in papaverrood, de zomer zindert:
bestel bij Peter Hahn.

 

Fresco van een mythische liefde

Aan zijn eerste blik had hij genoeg,
zijn beeld in de vijver lonkte.

Laat het toch zo blijven voor altijd
vroeg Narcissus aan de goden.

Hij kuste zich en is verdronken.
Echo in haar grot wist van niets.

Praatgraag vertelde ze de goden
over zijn schoonheid en ze vroeg

zal hij van mij houden en uit het niets
klinkt voor altijd voor altijd

 

Erasmus in Rotterdam

Leer mij Erasmus kennen. Als kind
klom ik op zijn nek en las mee.

Maar op elk uur van de Laurenskerk
sloeg hij nooit maar één bladzij om.

Van tijd had ik nog geen idee
en de dagen spijbelden voorbij.

Pas toen ik opnieuw op zijn schouders klom
voor het uitzicht dat ons bindt,

sloeg hij een bladzij om en laat mij verder vrij:
wat mooi is vraagt werk.

 

2e Copernicaanse Omwenteling

Ik kan verzinnen wat ik wil:
een platte aarde binnen een rand,

een bergwand van eeuwigheid
en een droomwereld zonder buitenkant,

een zuivere tijd vóór Kant
of grondige kennis zonder verstand,

aan het raam zonder andere kant
maakt onze kijk alle verschil,

elk beeld dat we vormen omspant
een voorstelling van ruimte en tijd.

 

Mandril

De aap kijkt mij door de tralies aan.
De tralies die hem opsluiten

in dag- en nachtverblijven
ontnemen hem het oerwoud daarachter

en sluiten de kijker veilig buiten.
Gaan zijn oerkrachten teloor

in traliewerk hierachter
zolang kleur op zijn neus slechts voortbestaan

uitlokt, zonder keus, zo komt het mij voor,
hij heeft nog steeds een stijve.

 

De fotograaf

Ze rommelt wat met haar lens
en de instellingen, liefst geen flitslicht.

Kijk en klik, kijk en klik:
de helft is te donker, de helft bewogen,

wat ze zoekt is nog uit het zicht.
Voor zichzelf zoekt ze onzichtbaarheid.

Met geduld, een lens en een paar ogen
volgt ze de vorm van een mens

in zijn doen en laten door de tijd,
en klikt hem in een ogenblik.

 

Werk in uitvoering

Dit werk vraagt een portretlens,
uiterlijk en meer moeten aan het licht.

Kijk en klik, kijk en klik:
zie het gezicht en de blik zijn ogen

waar alles om draait, buiten het zicht
wordt zijn werk met aandacht bevrijd

uit onverschilligheid, een vermogen
dat zich spiegelt in een mens.

Het moment dat zich uitwerkt door de tijd
gebeurt in een ogenblik.

 

Het portret

Zijn portret kenmerkt een mens:
donker, kortgeknipt haar rond het gezicht,

dunne wenkbrauwen houden zijn blik,
met het hoofd wat gebogen,

gefronst op zijn werk gericht,
de mond ontspannen om uit te spreken

wat zich afspeelt achter alerte ogen.
Het gezicht in de lens

heeft juist het werk bekeken
dat zijn tijd spiegelt in dit ogenblik.

 

Axioma

Euklides kan zich slechts bemoeien
met de ruimte die we delen:

jouw plaats wordt bepaald met drie punten,
schoonheid volgt de gulden snede.

Identiteit tussen velen
vraagt plaats van herkomst, en een gezicht.

Onze eigenaardigheden
willen liever wat met tijd stoeien

die met plezier een groots uitzicht
op laat bloeien uit het minste punt.

 

Pardon voor Prometheus

Zijn vonnis krijst boven zijn hoofd.
Gieren van verwijt vreten hem aan.

Had hij dit moeten voorzien: de vuurstorm
die mens en gewas verschroeit,

steden in brand, tempels vergaan,
de ovens en het vuurpeloton?

Hij had zich met hartstocht bemoeit.
Vuur vol toekomst had hij beloofd.

De mens verleent hem pas pardon
als zijn vuur brandt in verliefde vorm.

 

Prometheus 2.0

Tijd is in oorsprong vuurwerk,
te zien in het lang nagloeiend heelal,

tijd blijft daarna licht ontvlambaar,
in de natuur, in jeugd, macht en hoop,

maar dooft snel in de koudeval.
Als gift win ik nu opgewekt vuur

uit verzet tegen de afloop
en geef toekomst wat meer vorm: smeedwerk

tempert hartstocht met lange duur.
Vuur in deze vorm is onblusbaar.

 

Het is meer dan alles

Optische wet: de hoek van inval
is de hoek van terugkaatsing.

Die wet vormt de verklaring
dat we ook de persoon zijn die we zien.

Toch verklaart de weerkaatsing
van licht niet onze oersprong uit passief,

het ontstaan van misschien.
In dit heelal van zekerheid en toeval

dat zich rondkaatst, spiegelt mijn lief
onvoorzien een liefdesverklaring.

 

Schrödingers nieuwe kat

Het fresco is een spel met aandacht.
In een hoek van het Labyrint

rolt een kluwen rode draad, volgt
de gangen, langs de trappen omlaag

tot het levend bewijs plaatsvindt
in de sprong die onze aandacht wekt:

we zien een kat die maar al te graag
de kluwen aan het rollen bracht,

kijk hoe ze zich in haar sprong uitstrekt.
De kat springt rond in het vervolg.

 

Architectuur van het Labyrint

Als u ronddwaalt door het Labyrint
dat zijn maker voor u vergroot,

als u de fresco’s een tijd bekijkt,
ziet u voor zich hoe het bouwwerk

uitdijt, de ruimte wordt te groot
om zich te bevatten, u verkent

een bestaan, deels dier, deels mens, deels werk
dat in de verbeelding plaatsvindt.

Uw aandacht wordt herkend
als het Labyrint met plezier terugkijkt.

Nieuwe aanbouw aan het Labyrint

 Een labyrint kan beschreven worden als een stelsel van zalen, gangen en trappenhuizen, met fresco’s aan de wanden. Het is moeilijk is om de weg te vinden in een labyrint. Maar dit is niet wat het labyrint werkelijk ís. Een labyrint vormt zich pas als er wordt rondgedwaald en de oriëntatie langzaam groeit.

 Het labyrint verplaatst zich langzaam naar de geest, of misschien kunnen we zelfs zeggen: de geest ís een labyrint, het ronddwalen vormt de geest. Een beschrijving kan het rond-dwalen niet vervangen. Hierin onderscheidt poëzie zich van wetenschap.

 In een tijd dat de aarde in het middelpunt van het heelal stond en alle sterren en planeten rond de aarde draaiden, beschreef De Revolutionibus van Copernicus de eerste wetenschappelijke stap waarin een godgegeven wereldbeeld werd losgelaten. De volgende stappen naar een mensgevormd beeld spelen zich steeds meer af in de verbeelding waarin het Labyrint de vorm krijgt die ons door de tijd laat dwalen.

 Er zijn twee wegen door het Labyrint. De eerste begint bij het eerste gedicht en doorloopt alle gedichten, tot bij het laatste gedicht het Labyrint verlaten wordt. De tweede weg keert zich om bij het laatste gedicht en gaat ronddwalen, blijft stilstaan bij sommige beelden en ziet doorgangen zich openen naar andere beelden in andere gedichten. Het Labyrint groeit langzaam uit in de lezer.

 Na dit korte beeld van een alomvattende verschuiving voelt de lezer zich hopelijk vrij om door het Labyrint te dwalen zonder de weg te kennen. Ronddwalen is een kunst.