In Rotterdam

Aan de Nieuwe Maas

 

Sprakeloos uitzicht –

Maas, haven, zeeschepen onder kranen –

 

de late zon onverschillig daarachter,

goud licht, schaduwspel, schittering

 

op de trage getijdenstroom,

hier mensenwerk.

 

 

* * *

 

Onmondig inzicht –

het uitzicht zet ons samen voor het raam,

 

meer zicht laat zich niet horen –

we laten de Maas voor wat zij is,

 

trage getijdenstroom

of mensenwerk.

 

 

* * *

 

Spraakmakende nacht –

verlichte zeeschepen onder verlichte kranen

 

waar de overslag zich volcontinu voltrekt –

een onverlichte aak voert zijn vracht

 

over de donkere getijdenstroom

in alledaags werk.

 

 

 

In Rotterdam komen heel wat stromen bijeen: naast de Rotte en de Schie, de IJssel, de Lek, de Merwede, de Oude en de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg.

 

Het is daarom te verwachten dat een Rotterdamse dichter daar zijn eigen poëtische stroom aan toevoegt.

 

Oktoberlicht

Dun licht scheert over de Maas, zo te zien
komt de zon op achter sluierbewolking.

Zal de toekomst steeds meer alledaags zijn
nu geen werk mij meer de deur uit stuurt
en geen werk mij aanzien geeft of belooft,
of gespreksstof waarin mijn toekomst bloeit,
geen toekomst voorkomt dat ik tijd verspil
of onthult enig antwoord op mijn vraag.

Het uitzicht uit het raam is alledaags,
dan komt de verbeelding op uit het zicht,
een rijnaak voert in zijn ruim een bulkvracht
naar een of ander productieproces,
zicht werkt zich op in een vorm van zonlicht
en verlicht met liefde alledaagse tijd.

Maar tijd die onverschillig voorbijvliegt
vang ik in een meeuw, krijsend in de lucht.

 

Water en licht en woorden, dat zijn de grondstoffen waarmee de dichter om zich heen kijkt, de grondstoffen van de verbeelding.
Vijf bewogen jaren

 

De Binnenweg was onherkenbaar,

de Hoogstraat slechts een naam,

 

de Coolsingel het hart van verwoesting;

als baken stonden nog de muren

 

van station Blaak en de Laurenskerk.

Velen wisten de weg naar huis niet meer,

 

we zochten ons huis in de walm

van smeulend hout en gebluste brand.

 

Niemand konden wij de weg vragen,

niemand wist waar hij was in zijn stad.

 

Bomluiken hadden zich geopend

boven huizen, scholen, boven ons hoofd.

 

We dwaalden langs muren met vensters,

we klommen over geblakerd puin.

 

Blindgangers staken tussen de stenen;

geschroeid papier dwarrelde nog lang neer.

 

Vijf jaar lang verdroegen wij alles;

wij streden voor een vrij Nederland,

 

voor jullie. We ruimden puinhopen

en bouwden een nieuwe stad voor jullie.

 

Zo werd het naoorlogs zwijgen doorbroken
als afsluiting van de Lagere School;

een fotoboek verbeeldt de toekomst
van verbijsterde levens in hun herinnering,

Rotterdam bouwde aan een tijdelijk hart.
Angst bombardeert zich tot stijl.

 

 

Wie in de jaren vijftig in Rotterdam geboren is, heeft de oorlog in zijn verbeelding. Als kind krijgt hij te horen: “Je kunt wel zien dat je de hongerwinter niet hebt meegemaakt,” als hij zijn bord niet leeg eet.

 

En altijd hangt een dreiging boven zijn hoofd, waar nooit over gesproken wordt.

 

Aan het eind van de Lagere School wordt hij de toekomst ingestuurd met een Bijbel, een biografie van Prins Bernard en een fotoboekje Vijf bewogen jaren.

 

Samira en Mo en Ellen en Ben en Marko en Mila


Samira en Mo en Ellen en Ben en Marko en Mila,
Verzorging niveau 3 en Techniek niveau 2,
spijbelen vanmorgen op de Lijnbaan.

 

Ellen en Mila en Samira
gaan geuren en kleuren uitproberen
en gloss kopen bij ICI Paris XL
en daarna schoenen passen bij Sascha.

 

Samira’s moeder loopt in een boerka,
de moeder van Mila is familie van Trump,
en de moeder van Ellen, say no more,
tenminste dat zegt iedereen,
en Mo en Marko en Ben,
wat die willen dat weet ook iedereen.

 

Ben en Marko en Mo
lopen door naar de Mediamarkt,
de nieuwste flatscreens kijken
met real-life 3-D.

 

Een neef van Mo vecht in Syrië
en Marko’s vader is crimineel,
de vader van Ben werkt bij Jobscore,
tenminste dat zegt iedereen,
en Samira en Mila en Ellen,
wat die willen dat weet ook iedereen.

 

Nou, waar spreken we af?
Weer bij Bram
voor een frietje?

 


Yes!

 

 

 

Een Rotterdams dichter die op zijn 55e terugkeert naar Rotterdam ziet een stad die onherkenbaar veranderd is en op Rotterdamse manier zichzelf gebleven. Rotterdam maakt je tot Rotterdammer, waar je voorouders ook vandaan komen.

 

Catch the Wind

 

Jaren zestig, de trek naar beter

kwam op gang. Hoop had,

als altijd, haast. Een half jaar

vroeg in het donker wakker,

op de fiets van het Oude Noorden

over de Willemsbruggen, met de bus

van het Stieltjesplein langs Charlois

Rotterdam uit over de Groene Kruisweg

langs Rhoon, Poortugaal, Hoogvliet,

dan de hefbrug over de Oude Maas

naar het oude station in Spijkenisse

om over de spoordijk naar school te lopen,

de eerste klas van een nieuwe wereld

van feiten, formules en onvoldoendes.

 

Op de terugweg tegen beter weten in

feiten en formules herhalen en met

een kleine omweg langs een etalage

om de laatste hits te bekijken

en met muziek in twintig minuten

door het donker naar huis.

 

 

 

Ah, but we may as well
try a
nd catch the wind 

De wederopbouw naderde zijn voltooiing in de jaren 60, de Metro zou snel gaan rijden, aan de rand van de stad werden de eerste grote bouwprojecten opgeleverd in de Alexanderpolder.

Wie niet kon wachten op een nieuwe woning keek verder, naar Spijkenisse, een nieuwe wereld in de polders.

 

Erasmus in Rotterdam

Leer mij Erasmus kennen.
Als kind klom ik op zijn nek en las mee.Maar op elk uur van de Laurenskerk
sloeg hij nooit maar één bladzij om.Van tijd had ik nog geen idee
en de dagen spijbelden voorbij.

Pas toen ik opnieuw op zijn schouders klom
voor het uitzicht dat ons bindt,

sloeg hij een bladzij om en laat mij verder vrij:
wat mooi is vraagt werk.

Erasmus was een begrip in Rotterdam, zijn standbeeld tenminste. Wie hij was geweest of waarom zijn standbeeld op verschillende plaatsen in de stad opdook, wist niemand.

 

De Metafoor

Voor lichamen kan afstand
onoverbrugbaar zijn,
de geest zet het in beweging:

zo loop ik over de Erasmusbrug,
de Zwaan is zijn trotse bijnaam
als bekroning van zijn vorm,

benoemd door Rotterdammers
die naamgeven uit plezier
om de kloof te overbruggen

tussen alledaags en overslag,
bezigheid zonder sentiment
want voor de brug stabiel

twee werende oevers samentrok
slingerde hij heen en weer
bij wat zijwind of een tram

en was de Wipkip over de Maas,
als lach om zijn onvermogen,
zoals de Hoerenloper ons herinnert

aan onze lust en de Koopgoot
aan kooplust, Rotterdam
laat ons niet vergeten

wat we zijn als we terugkeren
naar onze oever
met een hoofd vol beelden,

de verbeelding bracht ons
met uitgebeelde blik
over de stroom onder ons,

werk van poëzie nu, een bijnaam
voor deze Rotterdamse brug
tussen voorstellingsvermogen

en natuurlijke aanleg,
twee oevers naar elkaar benoemd
vormen het hart van de stad.

 

De Erasmusbrug zou geen Rotterdamse brug zijn zonder bijnaam. Zijn eerste bijnaam was “De Wipkip” omdat hij bij het minst zuchtje wind, of als er maar een tram over reed, al begon te zwaaien.

Toen dat verholpen was, hing hij trots en statig over de Maas en beheerste het Rotterdamse stadsbeeld. Hij begon “De Zwaan” te heten.

Nu hij Rotterdam-Zuid bij de Stad heeft getrokken, wordt het tijd voor een nieuwe bijnaam.