Leven in verbeelding

Dood van een dichter

Hij was vannacht niet in bed gekomen.
Zijn vrouw vond hem achter zijn beeldscherm,
ineengezakt, op het scherm een gedicht, klaar
om zich in de verbeelding uit te werken
als een beeld dat aan het eind van de nacht
nog ligt te sluimeren tot de dag
ontwaakt in zijn geliefde vorm.

Hartstilstand, constateert de huisarts
en zet zonder erg de computer uit.


Het laatste beeld

Goethe zou op zijn sterfbed gezegd hebben: Meer Licht, Meer Licht. Wat hij daarmee bedoelde weet niemand, maar zijn laatste woorden worden gretig geciteerd. Blijkbaar is een leven zonder afronding voor de achterblijvers niet voldoende.

Van de meeste mensen wordt het laatste beeld niet gevormd door hun laatste woorden. Welk beeld zou blijven hangen als we dood achter onze computer gevonden worden. Wat zou het beeldscherm laten zien? In onze grootste nachtmerrie of onze diepste wens. En zou ons dat bijblijven of verdwijnt het in de vergetelheid.

Dood van een clown

Zijn vrouw had zich geen zorgen gemaakt,
na de grote lach van een voorstelling
verdreef hij de nacht het liefst in zelfspot,
dan leefde hij zich uit terwijl zij sliep.
Vanochtend zat hij met een grimas
op zijn gezicht achter zijn scherm:
grap uitwerken: clown achter computer.

Hartstilstand, constateert de huisarts
en zet zonder erg de computer uit.




Dood van een docent

Hij was vanmorgen vroeg opgestaan
om nog even een les voor te bereiden,
’s ochtend was hij meestal in beste vorm,
klaar om met de jeugd aan de slag te gaan.
Toen zijn vrouw hem vond achter zijn computer
staarde hij met lege blik naar zijn scherm:
New Opportunities, Chapter 7.

Hartstilstand, constateert de huisarts
en zet zonder erg de computer uit.


Erfgoed

Ik zie nog de ooms in rij
voor de haag staan lachen,
jasjes weer uit, dassen los:
de buurvrouw hing de was op,
een lijn witte onderbroeken,
groot genoeg voor twee van hen,
volgens de jongste oom.

Overgrootvader was begraven
en werd naar gewoonte met jenever
de vergetelheid in gedronken.

Ik was op de nuchtere leeftijd
van zes of zeven
toen ik mee mocht kijken.

Verder heb ik geen beeld van hem
dan een zwart-wit fotootje laat zien:
hij is voor de hondenkar gespannen
waarin overgrootmoeder de teugels voert,
hun gezicht lachend naar de fotograaf.

Met liefde zou ik dat plezier
in een of andere vorm
doorgeven aan de vergetelheid.


Leven in verbeelding

Tussen de eeuwigheid die eindigt met onze geboorte en de eeuwigheid die begint met onze dood, doen we allemaal min om meer hetzelfde. We zijn peuter, kleuter, gaan naar school, naar de middelbare school waar we voor het eerst verliefd worden, we studeren om daarna te gaan werken, we trouwen, krijgen kinderen, kopen een huis, gaan elk jaar op vakantie en werken lang tot we aan ons pensioen toe zijn, dan kunnen we uren praten over de kleinkinderen en het stopt. In al die tussentijd is het onze verbeelding die het verschil maakt, waardoor we ons leven als individu ervaren. De verbeelding geeft de geest aan onze tijd van leven.

Lijkschouwing

De toekomst van de overledene
beschrijven we als dementeringsproces:
progressie van beperkingen
in de hogere domeinen van de geest,
in geheugen, aandacht en oriëntatie.

Het begin van dementie verloopt sluipend,
voelbare aanwezigheid houdt hem levend,
zijn plannen, zijn dromen, zijn lach
klinken onbeantwoordbaar als echo
in de aandacht van de achterblijvers.

Na een aantal jaren komt het verlies tot rust,
zelf voert de dode al lang niets meer uit,
al zijn taken zijn overgenomen,
in huis, op zijn werk, waar dan ook,
als hij jong genoeg was, ook zijn plaats,
alles wat hij deed wordt opnieuw gedaan.

Zijn kinderen vergeten zijn waarschuwingen,
ze vergeten zijn herhalingen en zijn gewoontes,
zoals ze veel later hun irritatie vergeten
tot hij rust vindt in herinnerde warmte,
dit gaat gepaard met vervlakking van het affect,
de oordeelsvorming raakt in toenemende mate aangetast
en na tien jaar perseveert hij in gemiddeld tien verhalen,
na twintig jaar in vijf, meest confabulaties,
de kleinkinderen herinneren alleen zijn naam,
het aantal geheugens waarin hij voortleeft
is progressief geslonken en na dertig jaar
bevestigt de stilte onherroepelijk
de diagnose universele dementie:
zijn geest trok zich terug uit de tijd.


In Memoriam voor een fietsenmaker

Op de foto is hij half zo oud als ik nu
en ik maar een jongen van vier of vijf,
hij werkt, ik speel met zijn gereedschap
aan de motor van een bakfiets,
allebei in een overall.

Als ik zijn vader was geweest,
mocht hij dan met mijn speelgoed
uitwerken hoe een motor de geest
kon geven aan het stationair bestaan
naar zijn laatste overall?


Catch the Wind

Jaren zestig, de trek naar beter
kwam op gang. Hoop had,
als altijd, haast. Een half jaar
vroeg in het donker wakker,
op de fiets van het Oude Noorden
over de Willemsbruggen, met de bus
van het Stieltjesplein langs Charlois
Rotterdam uit over de Groene Kruisweg
langs Rhoon, Poortugaal, Hoogvliet,
dan de hefbrug over de Oude Maas
naar het oude station in Spijkenisse
om over de spoordijk naar school te lopen,
de eerste klas van een nieuwe wereld
van feiten, formules en onvoldoendes.

Op de terugweg tegen beter weten in
feiten en formules herhalen en met
een kleine omweg langs een etalage
om de laatste hits te bekijken
en met muziek in twintig minuten
door het donker naar huis.




Liefdesliedje

Lief, laten we ja zeggen vandaag,
niet als begin en beslist niet als eind,
laten we ja zeggen als vandaag.
Dat zal geen vraag zijn of een breuk,
geen lijm dat een antwoord hecht
aan vandaag. En toch, ja, klinkt
een onmetelijk moment
in dit geluid: willekeur,
ja, druppelt de tijd in bloei,
ja om te vieren, dit, en omdat, ja,
als een echo tussen de dagen.




Avond in Brussel

Slaap zacht, mijn lief, we zijn uit gezworven
door de drukke tijd van de Grote Markt en daarna
door straten onafgebroken verval
waar niemand woont, of zelfs weer wel.

Alleen die Kus van Magritte, die ik zag,
dat wil ik je nog vertellen, lief,
die Kus waar ik bij stil bleef staan:

een milde hemel, een golvende weide,
wat struiken en als een vlek in het hart
woestijn onder een schroeiende lucht,
een spoor van voorwerpen tot de horizon,
geen mens te zien, en in een ogenblik
omhelst het groen deze troosteloosheid,
zomers groen na een bui en geen mens te zien;
dit raadsel van voor- en achtergrond.

Slaap zacht, lief, we besloten de dag
vrijend, en met een Mort Subite. Die Kus
vandaag, mijn lief, vandaag op de nacht.




Huwelijksportret

Zie ze daar zitten, de Archeologen,
met zijn tweeën aan het eind van een tijd,

zie hoe zij op hun huwelijksportret
poseren als twee mensen op hun best.

Zo vertrouwd is het beeld waarmee zij
denken te belichamen wat hen bindt:

zie hoe de ovaal van hun hoofd volmaakt
gezichtloos kan zijn, en klassiek van vorm,

niets verraadt wie hij is, of zij, alleen
een lichte neiging houdt hen bij elkaar

en zijn hand op haar schouder vanzelfsprekend,
dat gebaar is helder als een antwoord.

Voor de gelegenheid zijn ze gehuld
in voorbeeldige klassieke gewaden,

haar purperen kleed plooit zich om haar heen,
zijn witte tunica geeft hem gezag;

in hun dubbelrol van archeoloog
en eega spreken ze tot de verbeelding.

Hun huwelijk zal hen bewaren voor
de vormloze eenzaamheid, voor een tijd

van niets; zie dus de tempel voor haar hart,
een dichtgemetselde spelonk daarachter,

een verbrokkelde zuil tussen de rotsen,
en hij: aquaduct, fronton, zuil, wit huis;

zie ook dat haar oudheid meer kleur laat zien
dan zijn wit-marmeren interpretatie.

Zie hoe de tijd een rol speelt in hun werk
tot ook zij uit zullen monden in niets

en zie de liefde van een klassiek soort,
wat zij opdolven was de vorm, niet meer,

waar mensen voor stierven, waar zij voor leefden;
wat hen rest na het werk is slechts geluk.




Dertig

            I

Zelden was het wat,
meestal was er wel iets
en altijd was er iets niet
dat er wel moest zijn
en ze wist nooit wat.





            II

Alles is geslaagd.

Het werk is gevonden,
de vrouw is gevonden,
de positie is bereikt,
de interesses drongen zich op,
de bevruchting vond plaats,
de vrienden dienden zich aan,
het huis is gekocht,
de kinderen zijn geboren.

Ik ben dertig en mijn leven
staat vast op de rails,
ik kan zo verder.


Pasta Carbonara

Er gebeurt in mijn leven zo weinig
dat ik er een gedicht
mee kan vullen:

vandaag weinig tot niets gedaan,
wat gelezen, boodschappen
gedaan voor pasta carbonara
(eieren en bloem voor de pasta,
knoflook, spek en room om het resultaat
met recht carbonara te noemen) om
aan het eind van de dag
pasta carbonara te eten
en tv te kijken met mijn lief.

O ja, wat ik las ging over tijd:
de oerknal ontstond uit toeval.
Misschien is het juist.
De rest van de dag verloopt
met noodzaak en aandacht
van recept naar gerecht.

Het laatste ingrediënt
brengt de tijd op smaak. *




Ars Poëtica

Rond mijn verliefde blik
– laat de vloed van tijd niet
na één overspoelende blik
uitebben over de toekomst –
werkt een volzin zich
grammaticaal in het rond.

Elke avond strekt
een vroege zin
zich naar de ochtend,
waar de punt van mijn volzin
zich nog eens omdraait.


Hier en nu is de Erasmusbrug

Uit een romantische filmwereld
op de fiets terug naar huis
is hier en nu de Erasmusbrug,
samen, achter elkaar, met tegenwind
meter na meter, trap na trap vooruit,
omhoog, de test van onze kracht
in het alledaagse dat onze aandacht vraagt,
verliefd op hier en nu, onze leeftijd
in tegenwind niet als excuus te zien
morgen ook de e-bikes te gaan kopen
die ons in comfort voorbij rijden,
maar de weinig verheffende inspanning,
meter na meter vooruit,
trap na trap omhoog,
achter elkaar, samen,
te zien als zegetocht
door doelloze tegenwind.

Met lichaam en geest in de hoogste staat
van vermogen ons omhoog te trappen
komen we halverwege de brug overeind
en vormen ons een beeld van het uitzicht:
een rijnaak met bulkvracht onder de brug,
erboven schoon-geregend blauw
en de skyline van Rotterdam in late herfstzon;
naast elkaar komen we op adem
en houden we de e-bikes op,
ons hier en nu is onherkenbaar
in het jeugdig vooruitzicht ooit
van bergen en bergstromen zonder brug
en daarachter vanzelfsprekend de aankomst
op een pas met eindeloos uitzicht
en daarna de dartelende afdaling,
het rode stoplicht onder de brug komt
nu, zonder trappen, steeds sneller in zicht.



Ontsnappingsclausule

Twee jaar geleden liep de termijn af,
tijd verviel in zijn natuurlijke staat,
statistiek onthoudt het individu
gestapelde rechten voor de toekomst,
lichaam ontzegt clausules aan de geest.

Dat lichaam, dat in wettelijke zin
zijn dagelijks bestaan verzekerd had,
drong hem al twee jaar een vooruitzicht op
tussen hoop en afloop, een tussentijd
van liefde en overleven en lijden.

Het gemis dat hem overleeft is liefde,
zijn kunst met droeve lach bijeen te blijven
in afbrekende tijd, wie achterblijft
bespeelt hij met herinnering en heden,
zijn plezier vermaakt hij, postuum, tot erfenis.




Iets (O.T.)

Als ik een poging waag religie te vatten
kom ik telkens uit op iets als haar:
lang, kort, krullend, kroezend of springend haar,
rood, blond, zwart, grijs, peper-en-zout kleurig,
steil, sluik, gekapt of geknipt, in een kuif,
in een staart, in een vlecht, of loshangend –
haar en het werk van onze blik
dat ons aan onze haren optrekt uit
het moeras dat onze tijd verteert,
uitzichtloos en vormloos.

Mystici zijn kaal.




Iets (N.T.)

En ik dank de nacht voor het donker
dat als een doek je portret draagt,
mijn lief, zolang ik je bemin.




Corona crisis

Al vroeg in de Corona crisis werd een nieuwe tak van de homo habilis ontdekt waarvan het bestaan al langer werd vermoed. De meest opvallende eigenschap van deze soort is dat de individuen van de soort zich liefst aan het zicht onttrekt om ongestoord te functioneren.

Of deze soort stabiel is en in symbiose met de hoofdsoort zal overleven, is een vraag voor verder onderzoek. Mogelijk is het slechts een overgangsfase veroorzaakt door specifieke omstandigheden en past de soort zich in de nabije toekomst aan de hoofdsoort aan of is gedoemd in zijn habitat te overleven.



De taxonomie van de Homo Heros lijkt wel een permanent gegeven te zijn, al houden sommige onderzoekers stellig vol dat na de Corona crisis de rol van de witte korven grondig herzien moet worden.
Lees verder