Poëzie & Tijd

Je zou kunnen zeggen dat tijd in gedichten vorm krijgt. Al het werk, de ervaring en het wereldbeeld van een dichter komen tot uiting in de vorm van het gedicht. Die vorm bepaalt daarna de tijd van de lezer zolang hij ronddwaalt door de wereld van het gedicht, daar in het begin misschien nog weinig herkent, maar langzaam vertrouwd raakt. Als het gedicht hem aanspreekt blijft het misschien in hem leven en schoont het mogelijk een paar details van zijn wereldbeeld op.

Maar meestal schrijft een dichter niet aan een gedicht, veel tijd stroomt vormloos weg voor hij iets te pakken heeft dat uiteindelijk vorm zal krijgen in een gedicht. De gedichten uit kijk maar      meer is er niet met hun vaste vorm, zo kort dat het nauwelijks tijd kost om ze te lezen, zijn het resultaat van bijna vijfentwintig jaar schrijven en niet-schrijven.

Het eerste gedicht in deze vorm ontstond nadat ik een artikel had gelezen over schuimvorming. Tot dan toe niet het spannendste onderwerp waar ik ooit over heb geschreven, maar toen ik las hoe schuimbellen aan het oppervlak van een vloeistof gevormd kunnen worden omdat de moleculen van de vloeistof een hydrofiele en een hydrofobe kant hebben, werd ik gevangen in de oppervlaktespanning van de taal.

 

het woord volgt met zijn staart
speels alles wat gebeurt
gedraagt zich naar zijn aard


chronofiel        chronofoob


de kop van het woord baart
de regels die het volgt
waar het naar de zin staart


 

Het besef dat alles wat een mens tot mens maakt zich afspeelt op het grensvlak van wat hem met dierlijk gemak afgaat, kreeg op deze manier vorm in een serie gedichten die inmiddels is uitgegroeid tot ongeveer 75, in de cyclus “Grensvlakgedrag”.

In kijk maar      meer is er niet vindt u een selectie hieruit. Foto's van Saskia Risseeuw verrijken de andere kant van het grensvlak van woord en beeld. Zij maakt foto’s van de schoonheid die zichtbaar wordt op de grens van het alledaagse. Zo is het grensvlak vol mysterie.